Historie kolencentrale

Van PZEM naar EPZ

1969

Naast de geplande kerncentrale, verrijst ook een conventionele elektriciteitscentrale, gestookt op olie en/of gas.

1971

Start bouw van een 2e op olie-/gasgestookte centrale.

1974

Al op het moment dat de 2e olie-/gasgestookte centrale in bedrijf komt, is duidelijk dat olie voor elektriciteitsopwekking geen blijvende keuze kan zijn. In 1973 dompelen Arabische olieproducerende landen de Westerse wereld in een oliecrisis. Door iedere maand de olieproductie met vijf procent te beperken, drijven zij de olieprijzen met 70 procent op. Ook de Nederlandse overheid neemt besparingsmaatregelen: er volgen tien autoloze zondagen. Ze staan in ons collectieve geheugen gegrift.

1983

Na tien jaar olie te hebben gestookt, stapt de exploitant (toen PZEM) over op kolenstook. Er komt een grote ombouw-operatie op gang. Er wordt een nieuwe ketel met ketelhuis gebouwd en een enorm hoge schoorsteen (170 meter) torent voortaan kenmerkend hoog boven Zeeland uit. 
Dit is ook de periode van een groeiend milieubewustzijn. De kolencentrale trekt de aandacht. Zure regen wordt een begrip in de jaren ’80. Overal in Europa volgen maatregelen om het zwavelgehalte in de rookgassen terug te dringen. 

1986

In Borssele wordt één van de eerste rookgas ontzwavelings-installaties van ons land gerealiseerd. Met behulp van ongebluste kalk zal zwavel uit de rookgassen worden ‘gewassen’ en gebonden tot gips. Menig gipsplaatje in de bouwmarkt zal in de jaren hierna gemaakt worden van gips uit de kolencentrale.

1987

Op 1 oktober neemt VVD-minister Rudolf de Korte van Economische Zaken de spiksplinternieuwe en milieuvriendelijke kolencentrale in gebruik. Het kolenpark van EPZ aan de Kaloothaven is goed voor een opslag van 240.00 ton steenkool. Het maximale verbruik van de kolencentrale ligt op 144 ton steenkool per uur. De uitstoot van het broeikasgas CO2 wordt dan nog niet als ernstig probleem gezien.
In de jaren ‘90 wordt het klimaat wél een issue. Voor de kolencentrale wordt door de toenmalige exploitant Essent gezocht naar verduurzamingsmogelijkheden. Een eerste stap is de aanleg van een gasleiding van naast-gelegen industrie (Hoechst) naar de kolencentrale. Laag-calorisch industrieel restgas wordt voortaan niet meer afgefakkeld, maar bijgestookt met de kolen in de kolencentrale.

1998

Er wordt besloten dat er biomassa zal worden bijgestookt, samen met de kolen. Zo zal de kolencentrale gedeeltelijk gebruik gaan maken van kortcyclische koolstof, waardoor het klimaat minder wordt belast.

2005

Er komen meer milieumaatregelen. De uitstoot van verzurende emissies wordt verder teruggedrongen met de bouw van de DeNOx-installatie.
Het aandeel biomassa in de kolencentrale wordt door EPZ (inmiddels de nieuwe eigenaar van de eenheid) verder vergroot. De installatie die hiervoor nodig is, wordt vernieuwd en uitgebreid. Het eerste windpark van EPZ wordt gerealiseerd dat vanuit de regelzaal van de kolencentrale wordt bediend.

2011

Het wordt voor de aandeelhouders duidelijk dat de centrale als kolen-eenheid om economische redenen zal moeten sluiten in 2016. Er komt nog wel een onderzoek of het haalbaar is om de centrale om te bouwen naar een volwaardige biomassa-eenheid. 

2012

Er verrijzen nieuwe, grotere windturbines. Ook wordt er in de laatste jaren van de kolencentrale nog volop onderhoud gepleegd. In 2013 worden bij een grote revisie zelfs nog onderdelen in de hoge druk-turbine gewisseld. Zo zullen de veiligheid en beschikbaarheid van de kolencentrale optimaal blijven zolang hij open blijft. 

2013

In januari ondertekenen acht Zeeuwse organisaties een manifest voor de ombouw van de kolencentrale tot een Bio-energiecentrale. Zij roepen de politiek op subsidie te verstrekken voor dit voor Nederland unieke duurzame energieproject. Zonder subsidie is het onmogelijk de ombouw te realiseren. Door de ondertekening van het manifest hopen de acht Zeeuwse organisaties de politiek te kunnen overtuigen van het belang om subsidie beschikbaar te stellen voor de grootschalige opwek van elektriciteit met biomassa.
In de zomer van 2013 sluiten maatschappelijke organisaties binnen de Sociaal Economische Raad (SER) een energieakkoord. Als onderdeel van de transitie naar een duurzame energievoorziening komen partijen overeen dat de capaciteit van de jaren ‘80-kolencentrales in Nederland wordt afgebouwd. Dit betekent concreet dat drie kolencentrales per 1 januari 2016 zullen worden gesloten. Eén van deze drie centrales is de koleneenheid van EPZ. Hoewel er bij EPZ weinig begrip is voor dit leeftijdscriterium, wordt er geanticipeerd op sluiting. Vanaf dit moment wordt de bedrijfsvoering voortgezet in de wetenschap dat het op 31 december 2015 afgelopen zal zijn. 
Voor de medewerkers komt er in ieder geval een sociaal plan. Collega’s stappen over naar de naastliggende kerncentrale, anderen gaan met vervroegd pensioen of worden naar ander werk begeleid. Een hechte groep collega’s blijft achter om de centrale door zijn laatste jaren heen te loodsen.

2014

Na flinke kritiek op het sluitingsvoornemen van jaren ’80-kolencentrales in het SER-akkoord, besluit minister Kamp van Economische Zaken in de zomer van 2014 dat de oorspronkelijke afspraak vervalt. In plaats van het leeftijdscriterium worden aan kolencentrales in Nederland voortaan wettelijke rendementseisen opgelegd. Er komt een getrapte inwerkingtreding van de minimum rendementseis (netto elektrisch) van ten minste 38% op 1 januari 2016 en ten minste 40% op 1 juli 2017. Voor EPZ verandert er niets aan het perspectief voor de kolencentrale. Ombouw naar volledig biomassa blijkt niet haalbaar, de kolencentrale zal eind 2015 toch sluiten. 

2015

Een zeer somber jaar voor EPZ, in het bijzonder voor de bemanning van de kolencentrale. Bij enkele ernstige bedrijfsongevallen raken collega’s gewond. Vervolgens komt op het kolenpark een medewerker van een buitenfirma om het leven. De directeur van EPZ neemt de centrale een maand eerder dan gepland uit bedrijf. In het november valt het doek en gaat de centrale vervroegd uit bedrijf.

Andere onderwerpen: